VEILIGHEID EN GEBRUIK

  • Draag bij het werken met batterijen altijd de geschikte oog-, gelaats- en handbescherming.
  • Leun nooit over de batterij wanneer u hem test of (bij)laadt.
  • Wees voorzichtig met metalen gereedschap of elektrische geleiders om kortsluiting en vonkoverslag te voorkomen.
  • Bescherm de polen om accidentele kortsluiting te voorkomen.
  • Vervang de batterij wanneer de polen, bak of het deksel beschadigd zijn.
  • Installeer de batterij bij gebruik en bij het bijladen in een geventileerde omgeving.
  • VOEG GEEN WATER TOE AAN DE OPTIMA® BATTERIJ. 
optima_uk_warning_message

Onderhoud, opladen en opslag

Onderhoud Van De Batterij

De OPTIMA®-batterij is 100 % onderhoudsvrij. Wanneer de batterij goed is opgeladen, hoeft u zich geen zorgen te maken over lekkage, corrosie of gasvorming. Controleer regelmatig of de aansluitingen van de batterijpolen schoon zijn, stevig vastzitten en beschermd zijn tegen weer en wind.

Rustspanning (Open Circuit Voltage = OCV) en opslag: OCV: alle REDTOP® end BLUETOP® SLI >12,8 V
(voor een volledig opgeladen batterij)

YELLOWTOP® en BLUETOP deep-cycle >13,0 V
(voor een volledig opgeladen batterij)

LADEN

Voor een lange levensduur van uw batterij raden we de volgende laadmethoden aan. Gebruik altijd een lader met spanningsregeling en met de spanningsgrenzen als volgt ingesteld.

Dynamo

13,8 tot 15,0 volt

Batterijlader (constant spanning)

13,8 tot 15,0 volt, 10 ampère, ongeveer 12-15 uur

Druppellading

13,2 tot 13,8 volt, maximaal 1 ampère

Snellading (constante spanning)

Maximale spanning 15,6 volt. Geen stroomsterktebegrenzing zolang de temperatuur onder 50 °C ligt. Laad tot de laadstroom onder 1 ampère gezakt is

Laadtijden (100% ontlading – 10,5 volt)

STROOMSTERKTETIJD BIJ BENADERING TOT 90 % LADING
 4.25.5
100 ampère35 minuten52 minuten
50 ampère75 minuten112 minuten
25 ampère140 minuten210 minuten

 

De laadtijd varieert naargelang de omgevingstemperatuur en de eigenschappen van de lader. Bij het gebruik van constante spanningsladers neemt de stroomsterkte bij oplopende spanning af. Als de stroomsterkte tot onder 1 ampère gedaald is, is de batterij bijna volledig geladen.

 Cyclische of seriële toepassingen

Constante spanning met afsluitende constante stroom (CC/CV): 14,7 volt, temperatuur < 50 °C, geen stroomsterktebeperking. Als de stroomsterkte tot onder 1 ampère gedaald is, sluit u het laden af met 3 ampère constante stroom gedurende 1 uur bij de 5.5 modellen, en 2 ampère bij alle andere modellen.

Alle laadaanbevelingen gaan uit van een gemiddelde omgevingstemperatuur van 25 °C.

OPSLAG VAN DE BATTERIJ

Omdat de OPTIMA® voorzien is van een raster van hoogzuiver lood, is de zelfontlading aanzienlijk geringer dan bij conventionele vlakkeplaatbatterijen. Dit betekent dat de OPTIMA een langere periode kan stilliggen en dan nog over voldoende lading beschikt om uw auto te starten. Afhankelijk van de opslagtemperatuur kan de OPTIMA doorgaans zelfs na 8 tot 12 maanden stilstand nog de meeste voertuigen starten.


Bewaar uw batterij indien mogelijk op een koele, droge plaats. Controleer de batterijspanning om de 6 maanden en laad de batterij bij wanneer de spanning onder 12,6 volt daalt.

Vergeet niet dat de energie van de batterij bij nieuwe auto’s met elektronica zoals computers, alarmen enzovoort ook wordt gebruikt om de geheugensystemen van deze stroomgebruikers te behouden bij stilstand van de auto. Als de auto gedurende langere tijd zal stilstaan, moet u een onderhoudslader gebruiken om deze stroomafname te compenseren. De spanning van deze lader moet gestabiliseerd zijn tussen 13,2 en 13,8 volt, maximaal 1 ampère. Bij oudere auto’s zonder elektronica moeten de batterijkabels worden ontkoppeld wanneer de auto gedurende langere tijd niet wordt gebruikt.

Installatietips


BATTERIJEN PARALLEL AAN ELKAAR KOPPELEN

Als uw batterij wordt ingezet in omstandigheden die meer startenergie of reservecapaciteit vergen, kunt u meerdere batterijen samen parallel plaatsen. Dit gebeurt door de identieke polen aan elkaar te koppelen (pluspool aan pluspool; minpool aan minpool). Telkens als u een batterij parallel bijschakelt, wordt de CCA (cold cranking amps = hoeveelheid stroom voor een koude start) en de reservecapaciteit verhoogd; de spanning blijft 12 V bedragen. Bijvoorbeeld: twee parallel geplaatste OPTIMA® RT U 4,2 leveren 1630 A en 100 Ah. Drie parallel geplaatste batterijen leveren 2445 A en 150 Ah. Als u vragen heeft over het installeren van meer batterijen, kunt u het best contact opnemen met een geschikte autogarage.


Suggesties voor het parallel koppelen van batterijen

  • Gebruik batterijen van hetzelfde merk, model en dezelfde ouderdom.
  • Let erop dat de kabel sterk genoeg is om de hogere stroomsterkte aan te kunnen.
  • Zorg ervoor dat er geen kortsluiting ontstaat in de kabels ( laat ze niet langs de carrosserie wrijven).
  • Gebruik uitsluitend klemmen van de beste kwaliteit en reinig alle contacten vóór installatie.
  • Controleer regelmatig of alle verbindingen stevig vast zitten.
  • In geval van twijfel over deze werkwijze, kunt u het beste contact opnemen met uw autogarage.

TIPS VOOR INSTALLATIE VAN DE BATTERIJ

  • Zorg ervoor dat de batterij stevig vastzit in de auto of de uitrusting, zodat hij niet kan bewegen, en er geen slijtage door trillingen ontstaat. Zet de klemhouder niet te vast, om beschadiging van de kunststofbak te vermijden.
  • Sluit toebehoren met een hoog stroomverbruik zoals een lier alleen aan op de bovenste polen. Gebruik de zijpolen NIET.
  • Vervang kabels en connectoren die corrosie, roest of eventuele andere beschadiging vertonen.
  • Installeer batterijen niet in een ongeventileerde of gesloten omgeving.
  • Het opnemen of vastpakken van de batterijen aan de polen is niet toegestaan.
  • Draai de bouten van de polen niet te strak vast. De aanbevolen waarden zijn: SAE-pool voor auto’s: 6-8 Nm. Zijpool (3/8"-moer): 8 Nm. Pool met schroefdraad: 14-20 Nm.